Ga naar inhoud
← Projecten

Mountainbikebaan met technische obstakels

Project 1: Mountainbike Experience

Opdrachtgever: Dirty Hill

In dit project kiezen jullie één van drie ontwerpuitdagingen:

  1. Technical Trail Feature — ontwerp een uitdagend, veilig en duurzaam obstakel.
  2. Bike Hub — ontwerp een slimme werk-, opslag- en ontmoetingsplek.
  3. Bike Adventure Experience — ontwerp een interactieve activiteit voor bezoekers en gezinnen.

1. Welkom bij het project

In dit project ontwerpen jullie een verbetering voor de mountainbikebaan. De opdrachtgever is bezig met onderhoud en doorontwikkeling van de baan. Dit is een goed moment om te onderzoeken wat behouden moet blijven, wat beter kan en welke nieuwe functies of ervaringen toegevoegd kunnen worden.

Ontwerpvraag

Hoe kunnen we de mountainbikebaan aantrekkelijker, veiliger, leerzamer en beter bruikbaar maken voor verschillende gebruikers?

Jullie kiezen één van drie ontwerpuitdagingen. Elke uitdaging heeft een andere focus, maar bij alle drie werk je volgens dezelfde ontwerpaanpak: onderzoeken, keuzes maken, visualiseren, maken, testen en verbeteren.

2. De opdrachtgever en de mountainbikebaan

De opdrachtgever beheert en ontwikkelt de mountainbikebaan samen met vrijwilligers. Zij onderhouden de route, verbeteren onderdelen van de baan en zorgen dat gebruikers veilig en met plezier kunnen mountainbiken.

Ambitie van de opdrachtgever

De mountainbikebaan moet uitgroeien tot een plek waar sport, techniek, natuur en beleving samenkomen. De locatie moet interessant blijven voor ervaren mountainbikers, maar ook toegankelijk zijn voor beginners en bezoekers die een fiets huren.

De opdrachtgever heeft jullie hulp nodig omdat er meerdere ontwerpvragen tegelijk spelen: technische onderdelen van de baan, de inrichting van de werkplek en de beleving voor bezoekers. Jullie onderzoeken één van deze vragen en werken een professioneel ontwerp uit.

Luchtfoto van de mountainbikebaan bij Outdoor Valley

De mountainbikebaan bij Outdoor Valley.

3. De drie ontwerpuitdagingen

Kies één van de onderstaande ontwerpuitdagingen. Elke uitdaging vraagt om een eigen aanpak, maar alle teams werken aan dezelfde overkoepelende ambitie voor de mountainbikebaan.

Keuze maken

Kies niet alleen wat leuk lijkt, maar ook waar jullie team goed onderzoek naar kan doen en een sterk eindproduct voor kan maken.

3.1 Technical Trail Feature (TTF)

Ontwerpvraag

Ontwerp een Technical Trail Feature: een technisch onderdeel of obstakel voor de mountainbikebaan.

De vrijwilligers gaan de baan onderhouden en bekijken welke onderdelen behouden, aangepast of vernieuwd kunnen worden. Jullie ontwerpen een nieuw of verbeterd obstakel dat past bij de baan.

Doelgroep Belangrijke ontwerpaspecten Voorbeelden van eindproducten
Ervaren en beginnende mountainbikers; vrijwilligers die de baan onderhouden Veiligheid; moeilijkheidsniveau; doorstroming; constructie; materiaalkeuze; onderhoud; duurzaamheid Ontwerptekeningen met maatvoering; schaalmodel of prototype; onderbouwing van materiaal en constructie; uitleg waarom het ontwerp bij doelgroep en baan past

3.2 Bike Hub

Ontwerpvraag

Ontwerp een slimme werk-, opslag- en ontmoetingsplek rond de zeecontainer.

Er is een afgesloten terrein met een zeecontainer met materialen en gereedschap. De uitdaging is dat iedereen weet waar spullen liggen, alles netjes teruglegt en dat de plek ook gebruikt kan worden om kinderen en bezoekers iets te leren over fietstechniek en sleutelen.

Doelgroep Belangrijke ontwerpaspecten Voorbeelden van eindproducten
Vrijwilligers; kinderen en jongeren; leden die iets willen leren over onderhoud; beheerders van de baan Indeling van het terrein; opslag en terugvindbaarheid; werkplekken; veiligheid; educatie; routing; uitstraling Plattegrond en/of 3D-ontwerp; maquette of inrichtingsmodel; opslagsysteem of instructieconcept; onderbouwing van gebruik, veiligheid en onderhoud

3.3 Bike Adventure Experience

Ontwerpvraag

Ontwerp een interactieve activiteit en informatiepunt(en) voor bezoekers, gezinnen en fietsverhuur.

Niet iedere bezoeker komt als ervaren mountainbiker. Mensen die een fiets huren, gezinnen en kinderen kunnen de baan ook gebruiken als activiteit. Jullie ontwerpen een interactieve route, speurtocht of opdrachtensysteem met informatiepunt(en) dat mountainbiken leuker en leerzamer maakt.

Doelgroep Belangrijke ontwerpaspecten Voorbeelden van eindproducten
Gezinnen; kinderen; beginnende mountainbikers; bezoekers van Outdoor Valley of fietsverhuur Interactie; beleving; veiligheid; duidelijke informatie; spelvorm; leerzaamheid Routekaart of gebruikersreis; prototype van interactieve onderdelen; informatie- of opdrachtenmateriaal; uitleg van de gebruikerservaring

4. Hoe werkt een professioneel ontwerpproject?

Er bestaat niet één juiste manier om een ontwerpproject aan te pakken. Een architect, industrieel ontwerper, landschapsontwerper of engineer kiest afhankelijk van de opdracht de juiste onderzoeksmethoden, ontwerptechnieken en hulpmiddelen.

Daarom bepalen jullie als ontwerpteam zelf hoe jullie het project aanpakken. Jullie beschrijven deze aanpak in een projectplan. Daarin leggen jullie vast welke stappen jullie nemen, welke onderzoeksmethoden en ontwerptechnieken jullie gebruiken, hoe jullie samenwerken en hoe jullie de planning bewaken.

Belangrijk onderscheid

Het projectboekje beschrijft wat er wanneer zichtbaar moet zijn en hoe er wordt beoordeeld. Het projectplan beschrijft hoe jullie team het project concreet gaat aanpakken.

Projectboekje Projectplan
Wat moet wanneer af zijn? Welke tussenresultaten verwachten we? Hoe wordt het project beoordeeld? Welke globale planning houden we aan? Hoe pakken wij dit project aan? Welke technieken en methoden gebruiken wij? Wie doet wat? Hoe plannen wij het werk? Welke risico’s zien wij?

Professionele houding

Een professioneel ontwerpteam kan uitleggen waarom het bepaalde stappen kiest. Niet elke opdracht vraagt om dezelfde methode. Wel moet je steeds laten zien wat je hebt onderzocht, welke keuzes je maakt en waarom die keuzes logisch zijn.

5. Projectfasering en tussenresultaten

De fases hieronder geven de globale route van het project. Als team moeten jullie binnen deze fases eigen keuzes maken in aanpak en technieken, zolang de tussenresultaten op tijd zichtbaar zijn.

Fase 0 — Projectplan

Doel: maak een professioneel plan voor jullie eigen projectaanpak.

Tussenresultaten

  • Projectkeuze gemaakt
  • Projectplan ingevuld
  • Onderzoeksmethoden en ontwerptechnieken beschreven
  • Taakverdeling en rollen binnen het team
  • Projectplan besproken en goedgekeurd

Hier wordt later op beoordeeld

  • Communicatie: duidelijke afspraken met docent, opdrachtgever en eventueel experts
  • Projectproces: professionele start en realistische planning
Checkvragen voor het team
  • Is duidelijk welke stappen jullie gaan zetten?
  • Past jullie aanpak bij de gekozen ontwerpuitdaging?
  • Is zichtbaar wanneer belangrijke tussenproducten af zijn?

Fase 1 — Oriënteren en analyseren

Doel: begrijp het probleem, de gebruiker, de locatie en de randvoorwaarden voordat je oplossingen bedenkt.

Tussenresultaten

  • Analyse van de huidige situatie
  • Gesprek of contact met opdrachtgever verwerkt
  • Gebruikers en doelgroep onderzocht
  • Relevante technische, ruimtelijke of organisatorische informatie verzameld
  • Programma van Eisen opgesteld en onderbouwd vanuit het onderzoek

Hier wordt later op beoordeeld

  • Projectproces: oriënteren en analyseren
  • Programma van Eisen: basis voor een wenselijk en haalbaar ontwerp
  • Communicatie: informatie ophalen bij opdrachtgever, experts en docent
Checkvragen voor het team
  • Kunnen jullie het echte probleem scherp uitleggen?
  • Zijn de eisen meetbaar en controleerbaar?
  • Is duidelijk wat het onderzoek betekent voor jullie ontwerp?

Fase 2 — Divergeren

Doel: ontwikkel meerdere verschillende oplossingsrichtingen voordat je een keuze maakt.

Tussenresultaten

  • Meerdere ideeën of concepten uitgewerkt
  • Ideeën zichtbaar gemaakt met schetsen, modellen, schema’s of korte beschrijvingen
  • Feedback opgehaald op kansrijke ideeën
  • Ideeën vergeleken met doelgroep, PvE en haalbaarheid

Hier wordt later op beoordeeld

  • Projectproces: divergeren
  • Projectresultaat: innovativiteit en breedte van het ontwerpdenken
Checkvragen voor het team
  • Zijn de ideeën echt verschillend van elkaar?
  • Is er verder gekeken dan het eerste idee?
  • Is feedback gebruikt om ideeën sterker te maken?

Fase 3 — Convergeren

Doel: kies de beste oplossing en onderbouw waarom deze keuze logisch is.

Tussenresultaten

  • Conceptkeuze gemaakt
  • Keuze onderbouwd met criteria, PvE, onderzoek en feedback
  • Belangrijkste risico’s of beperkingen benoemd
  • PvE waar nodig aangescherpt
  • Plan voor uitwerking of prototype bepaald

Hier wordt later op beoordeeld

  • Projectproces: convergeren, keuze en onderbouwing
  • Projectresultaat: haalbaarheid en wenselijkheid van het gekozen ontwerp
Checkvragen voor het team
  • Is duidelijk waarom juist dit concept gekozen is?
  • Zijn sterke en zwakke punten eerlijk benoemd?
  • Past de keuze bij de opdrachtgever en doelgroep?

Fase 4 — Visualiseren en maken

Doel: werk het gekozen ontwerp professioneel uit zodat anderen het kunnen begrijpen, beoordelen en testen.

Tussenresultaten

  • Ontwerptekeningen, plattegronden, CAD, schema’s of werktekeningen
  • Model, maquette of prototype
  • Materiaal- en onderdelenkeuze
  • Maatvoering en uitleg van werking
  • Visuele uitwerking passend bij de gekozen opdracht

Hier wordt later op beoordeeld

  • Projectproces: visualiseren en maken
  • Projectresultaat: uitwerking met tekening, model, prototype, maquette of proof of concept
Checkvragen voor het team
  • Kan iemand anders jullie ontwerp begrijpen zonder extra uitleg?
  • Zijn maten, materialen en werking duidelijk?
  • Is het model of prototype geschikt om te testen of feedback op te halen?

Fase 5 — Testen en evalueren

Doel: onderzoek of het ontwerp voldoet en verbeter het waar mogelijk.

Tussenresultaten

  • Testopzet gekoppeld aan eisen uit het PvE
  • Testresultaten of gebruikersfeedback verzameld
  • Conclusies getrokken uit de test
  • Verbeteringen aan ontwerp of advies beschreven
  • Eindconclusie en aanbevelingen voor de opdrachtgever

Hier wordt later op beoordeeld

  • Projectproces: testen en evalueren
  • Projectresultaat: onderbouwd eindontwerp
  • Presentatie: helder uitleggen wat getest is en wat dat betekent
Checkvragen voor het team
  • Testen jullie wat echt belangrijk is?
  • Leidt de test tot duidelijke verbeterpunten?
  • Kunnen jullie eerlijk uitleggen wat wel en niet bewezen is?

6. Globale planning en mijlpalen

De precieze planning maken jullie zelf in het projectplan. De onderstaande mijlpalen gebruiken we om te controleren of een team op schema ligt.

Moment Fase Tussenresultaat
Week 1 Kick-off, keuze en fase 0: projectplan Projectkeuze gemaakt; projectplan ingeleverd en besproken
Week 2 Fase 1: oriënteren en analyseren Onderzoek en Programma van Eisen gereed
Week 3 Fase 2: divergeren Meerdere concepten of oplossingsrichtingen zichtbaar
Week 4 Fase 3: convergeren Conceptkeuze met onderbouwing
Week 5 Fase 4: visualiseren en maken Eerste uitgewerkte ontwerpversie, model of prototype
Week 6 Fase 4: visualiseren en maken Uitgewerkte ontwerpversie, model of prototype
Week 7 Fase 5: testen en evalueren Testresultaten, feedback en verbeteringen
Week 8 Afronden Verslag, presentatie en eindproduct gereed

Achterlopen?

Als een team een mijlpaal niet haalt, maakt het team direct een herstelplan: wat moet eerst af, wie doet wat en welke hulp is nodig?

7. Wat lever je op?

Aan het einde van het project lever je een combinatie van proces, ontwerpresultaat en communicatie op. De exacte vorm kan verschillen per opdracht.

Product Wat moet zichtbaar zijn?
Projectplan Plan van aanpak, planning, rollen, methoden, risico’s en leerdoelen
Ontwerpverslag Logisch opgebouwd verslag waarin onderzoek, keuzes, uitwerking, testen en conclusie worden onderbouwd
Ontwerpuitwerking Bijvoorbeeld tekeningen, plattegrond, CAD-model, schema, routekaart, maquette of prototype
Presentatie Professionele eindpresentatie aan opdrachtgever, docent en klas

8. Praktische afspraken

  • Gebruik het projectplan als startdocument en werk de planning regelmatig bij.
  • Leg contactmomenten met opdrachtgever, experts en docent vast in het verslag of logboek.
  • Bewaar schetsen, foto’s van prototypes, testresultaten en feedback; dit is bewijs voor je proces.
  • Laat keuzes niet alleen zien, maar onderbouw ze met eisen, onderzoek en feedback.
  • Gebruik afbeeldingen, tekeningen, tabellen en schema’s om je ontwerp duidelijk te maken.
  • Zorg dat het eindproduct past bij de gekozen ontwerpuitdaging en bij de wensen van de opdrachtgever.

9. Beoordeling — rubric

Projectproces

Criterium Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Niveau 4 Niveau 5
Oriënteren en analyseren Nauwelijks zicht op context; geen of vage vraag. Context globaal in beeld; belangrijke aspecten missen. Context redelijk volledig; bruikbare onderzoeks- of ontwerpvraag. Scherpe analyse van context, belanghebbenden en gevolgen; heldere vraag. Diepgaande, kritische analyse; sterke afweging van bronnen en gevolgen; zeer sterke centrale vraag.
Divergeren Eén of enkele oppervlakkige ideeën zonder onderbouwing. Meerdere ideeën, maar zonder duidelijke inhoudelijke koppeling. Reeks haalbare ideeën met enig systeem-, oorzaak-gevolg- of structuur-functiedenken. Diverse originele ideeën, bewust onderbouwd met relevante denkwijzen. Veel vernieuwende ideeën; combineert meerdere denkwijzen en licht de inhoudelijke kracht helder toe.
Visualiseren en maken Nauwelijks bruikbare visualisaties of prototypes. Eenvoudige visualisaties of modellen met weinig aandacht voor schaal, stabiliteit of functie. Bruikbare visualisaties/prototypes; schaal en basisstructuur kloppen meestal. Duidelijke, technisch verzorgde uitwerking met bewuste keuzes. Professionele visualisaties/prototypes die functie, schaal en constructie uitstekend tonen.
Convergeren Keuzes zonder uitleg of op basis van willekeur. Globale reden, zonder duidelijke koppeling aan data of denkwijzen. Onderbouwt keuzes met enkele argumenten of observaties. Goed doordachte keuzes, onderbouwd met relevante data en redeneringen. Weegt alternatieven systematisch af en maakt een zeer transparante, sterke keuze.
Testen en evalueren Test weinig of niet; conclusies ontbreken of zijn willekeurig. Enkele onnauwkeurige tests; conclusies zijn beperkt onderbouwd. Redelijke tests, geregistreerde data en basale conclusies. Gerichte tests; herkent patronen en verbetert het ontwerp. Sterke testopzetten; kritische data-analyse leidt tot wezenlijke verbeteringen.

Projectresultaat

Criterium Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Niveau 4 Niveau 5
Ontwerp Nauwelijks functioneel of haalbaar; sluit slecht aan op de vraag. Werkt deels, maar is beperkt haalbaar of passend. In de basis functioneel, haalbaar en redelijk passend. Goed doordacht, haalbaar en afgestemd op context en gebruiker. Functioneel én vernieuwend, met sterke vorm-functiekeuzes en overtuigende aansluiting op de context.
Uitwerking Onvolledig of onduidelijk; belangrijke details ontbreken. Aanwezig, maar met onnauwkeurigheden in schaal, maatvoering of details. Voldoende duidelijk; schaal en maatvoering grotendeels correct. Zorgvuldig, nauwkeurig en goed leesbaar. Zeer professioneel, met consistente schaal, nauwkeurige details en heldere technische communicatie.

Communicatie

Criterium Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Niveau 4 Niveau 5
Opdrachtgever, experts en docenten Nauwelijks contact of onprofessioneel; feedback wordt niet verwerkt. Af en toe contact, maar onduidelijk of passief. Meestal duidelijk; reageert op feedback wanneer gevraagd. Proactief en professioneel; gebruikt feedback om te verbeteren. Bouwt een sterke professionele samenwerking op en toont een ondernemende houding.
Presentatie Onduidelijk, slecht voorbereid of moeilijk te volgen. Begrijpelijk, maar mist structuur of onderbouwing. Helder en redelijk gestructureerd; keuzes worden in hoofdlijnen uitgelegd. Goed opgebouwd; keuzes en impact worden overtuigend uitgelegd. Zeer sterk, boeiend en professioneel; koppelt ontwerp en maatschappelijke betekenis overtuigend.
Verslag Incompleet of slecht gestructureerd; bronnen ontbreken. Mist structuur, onderbouwing of correcte bronvermelding. Logische opbouw, basisonderbouwing en enkele bronnen. Helder gestructureerd, goed onderbouwd en met zorgvuldige bronverantwoording. Benadert academische stijl met sterke argumentatie, kritische reflectie en uitstekende bronverantwoording.